NIEUW KUNSTGEBIT
Een kunstgebit gaat tussen de vijf tot tien jaar mee, afhankelijk van het gebruik en onderhoud. Indien de prothese door slijtage aan vervanging toe is dan kunnen wij deze voor u geheel vervangen. In het begin kan een nieuw kunstgebit vreemd aanvoelen. Het voelt niet meteen zoals u gewend was van uw oude prothese. Door een andere vormgeving raken kiezen elkaar misschien anders of vaker dan uw oude gebit. Heeft u problemen en bent u geneigd het nieuwe gebit in de keukenla te smijten en het oude weer in te doen? Belt u ons dan! De tandprotheticus is er niet alleen om uw nieuwe kunstgebit te maken maar ook om nazorg te verlenen. Juist in deze moeilijke beginperiode moet u niet schromen om de telefoon te pakken en een afspraak te maken zodat wij de problemen snel voor u op kunnen lossen. Wij begeleiden u, vooral in die lastige beginperiode, om het wennen aan uw gebitsprothese te vergemakkelijken.

FUNCTIE
De bedoeling van uw kunstgebit is dat het de functies, die uw eigen tanden en kiezen hadden, zo goed mogelijk overneemt. Tanden en kiezen zijn erg belangrijk bij het kauwen en het spreken, maar ook voor uw uiterlijk, de eerste aanblik.

PIJN
Een nieuw kunstgebit kan in het begin pijnlijk zijn. Het zit strak tegen uw kaken aan en op sommige plaatsen misschien wel iets te strak. Daardoor kunnen pijnlijke plekken ontstaan, zogenaamde drukplaatsen. Door kleine en eenvoudige correcties van de tandprothese kunnen wij deze pijn wegnemen. Vijl of schuur nooit zelf aan uw gebitsprothese!
Voor een goed resultaat is het belangrijk dat u het nieuwe kunstgebit inhoudt en dat u direct probeert ermee te praten en te eten. Wanneer u vanwege de pijn of de onwennigheid toch heeft besloten de gebitsprothese uit te doen, doe het dan minstens een halve dag voor u naar de tandprotheticus gaat weer in. Anders kunnen wij niet alle pijnlijke plekken herkennen. Laat u er niet toe verleiden uw oude gebitsprothese weer in te doen. U zult dan natuurlijk nooit aan het nieuwe wennen. Met het nieuwe kunstgebit is het vaak een kwestie van doorzetten.

ETEN
In het begin voelt u bij het eten misschien enige pijn. Daar kunt u iets aan doen door alleen zacht en makkelijk voedsel te eten. Later kunt u wat harder voedsel proberen.

PRATEN
Met uw nieuwe prothese praat u in het begin wat onwennig. U slist misschien een beetje of bepaalde klanken zijn anders. Uw mond nog moet wennen aan het kunstgebit. Oefenen helpt veel. Hardop de krant lezen bijvoorbeeld. De problemen met het praten gaan meestal vanzelf over.

CONTROLE
De eerste tijd kan het kunstgebit ergens klemmen en pijn doen. Dat is heel normaal. Ga er wel mee naar de tandprotheticus. Hij kan er namelijk iets aan doen. Ook als het na zo'n eerste correctie nog niet ideaal is, ga gerust nog een keer terug. Bij problemen is de beste oplossing om naar de tandprotheticus te gaan. Hij weet precies wat er aan de hand is en wat eraan kan worden gedaan. Afhankelijk van hoelang u al een prothese draagt, zullen geleidelijk uw kaken nog verder slinken. Uw kunstgebit zal daarom van tijd tot tijd moeten worden aangepast. Er kan door de tandprotheticus een nieuwe "voering" (rebasing) in het kunstgebit worden aangebracht, waardoor het weer steviger zit.

KLEEFPASTA'S EN HULPMIDDELEN
Er zijn allerlei kleefpasta's, kleefpoeders, 'voeringen' op de markt om een gebitsprothese meer houvast te geven. Deze middelen zijn eigenlijk allemaal noodoplossingen. De oorzaak van het probleem wordt niet echt weggenomen. Doe ook nooit watjes onder uw prothese. Uw kaken gaan daarvan alleen maar sneller slinken. Als uw kunstgebit los gaat zitten moet u naar uw tandprotheticus gaan, deze ziet meestal direct wat er aan de hand is en kan u het beste advies geven.

REGELMATIGE CONTROLE
Na het plaatsen spreekt de tandprotheticus een nacontrole af, meestal na twee weken. Om pijn te voorkomen en om loszitten van het kunstgebit tijdig te kunnen constateren, is het aan te bevelen minstens eens in de drie jaar naar de tandprotheticus te gaan voor controle. Het is verstandig dit ook echt te doen, ook als u geen klachten of problemen heeft. Het slinken van de kaken gaat namelijk zo ongemerkt dat u het in de eerste instantie niet opvalt. Als u daarom regelmatig teruggaat voor controle, houdt uw tandprotheticus alles voor u in de gaten. Hij kan uw kunstgebit weer passend maken of u op tijd adviseren om een nieuw kunstgebit te laten maken (meestal na vijf tot tien jaar), want ook uw kunstgebit kan verslijten. Ook controleert de tandprotheticus of uw hele mond nog goed gezond is. Vooral bij mensen met een slecht passend kunstgebit of bij mensen die al jarenlang hetzelfde kunstgebit dragen, kunnen vervelende mond-afwijkingen ontstaan.

Lees verder >

tpp-prost_nieuwe_gebitsprothese